Zonnecrème met beschermingsfactor 50+ aanbrengen verlaagt de aanmaak van vitamine D door de huid significant na een enkele blootstelling aan uv B-straling, ongeacht het blootgestelde lichaamsoppervlak. Dat heeft daarentegen slechts een lichte weerslag op de plasmaspiegels van 25-hydroxyvitamine D. Waarschijnlijk is vitamine D3 vooral afkomstig van een alternatieve endogene bron, als de aanmaak ervan door de huid wordt afgeremd door een zonnecrème aan te brengen.
Bevindingen van een open label, fase 1b-studie en van een gerandomiseerde fase 2-studie suggereren een rol voor olaratumab in de behandeling van weke-delensarcoom. Dat schrijven William Tap en collega’s in The Lancet.
De behandeling van tenosynoviale reusceltumoren met PLX3397, een inhibitor van de CSF1-receptor, resulteert bij de meeste patiënten in een langdurige regressie van het tumorvolume. Dat suggereert onderzoek door Wainberg en collega’s in the New England Journal of Medicine.
Er zijn aanwijzingen dat TNF-antagonisten het optreden en de groei van niet-melanocytaire huidkanker bevorderen. TNF-antagonisten zouden ook een stimulerend effect kunnen hebben op melanocytennaevi en melanoom. Die laatste gegevens zijn echter vaak afkomstig van geïsoleerde klinische gevallen, waarbij cumulatieve cofactoren een rol kunnen spelen. Grotere studies werden vooral uitgevoerd bij patiënten met reumatoïde artritis, die hun eigen risicofactoren hebben. Er zijn dus nieuwe studies nodig om het risico op huidkanker te evalueren bij patiënten die worden behandeld met TNF-antagonisten.
Verschillende epidemiologische studies tonen een verband aan tussen vitamine D-deficiëntie en de incidentie van kanker. De actieve metaboliet van vitamine D, 1,25-dihydroxyvitamine D3 of 1,25(OH)2D3, heeft inderdaad krachtige antikankeractiviteiten, zowel in vitro- als in in vivo-diermodellen. Remming van het carcinogeneseproces onder invloed van 1,25(OH)2D3 gebeurt door de transcriptie van genen te beïnvloeden die betrokken zijn in een van de vele signaaltransductiecascades die ontregeld zijn in kankercellen. Afhankelijk van het kankertype zijn er andere signaalcascades ontregeld, waardoor 1,25(OH)2D3 dus ook kankertypeafhankelijke effecten heeft. Naast reduceren van de celgroei en induceren van apoptose, onderdrukt 1,25(OH)2D3 ook angiogenese en metastase. Modulatie van de inflammatiestatus draagt verder ook bij tot de antitumorale werking. De verschillende manieren waarop 1,25(OH)2D3 interfereert met de processen die leiden tot kanker worden in dit artikel besproken.
Ortho-Rheumato Vol. 23 Nr. 1
Schrijf u gratis in op onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws en nog veel meer ...