De meeste kinderen reageren op de behandeling, ook al gaan ze daarom nog niet altijd in remissie. Meer dan de helft vertoont helaas een aantasting van minstens één van de systemen die worden geëvalueerd met de Paediatric Vasculitis Damage Index (PVDI).
Zwangerschap bij vrouwen met een voorgeschiedenis van juveniele artritis houdt een hoger risico op complicaties in … voor moeder en kind.
Pediatrician/Pediatric Intensivist; Pediatric Sedationist; Assistant-Professor Maastricht University; Maastricht Universitair Medisch Centrum, The Netherlands Kinderen die tijdens hun ziekte pijnlijke of belastende verrichtingen ondergaan, zullen zich daar vaak tegen verzetten of onvoldoende meewerken. Om te voorkomen dat procedures mislukken en/of oncomfortabel worden, hebben kinderen vaak Procedurele Sedatie of Analgesie (PSA) nodig. In de afgelopen decennia hebben kinderartsen hun eigen PSA-protocollen ontwikkeld. Deze protocollen hebben over het algemeen een vrij matige kwaliteit. Ineffectieve sedatie is een frequent probleem terwijl ook de veiligheid niet optimaal is. Naar aanleiding van een aantal ernstige incidenten werden internationale richtlijnen opgesteld. Tegelijk wordt in toenemende mate onderzoek gepubliceerd over PSA. Dit artikel vat de belangrijkste achtergronden en aanbevelingen samen uit de recente richtlijnen en de belangrijkste conclusies van recent gepubliceerd onderzoek. Veiligheid van PSA heeft vooral te maken met professionele competenties en randvoorwaarden. Om een optimale effectiviteit te halen is vaak titreerbare diepe sedatie nodig, zoals propofol. Voor beperkte ingrepen verdient het aanbeveling om over lachgas of transmucosale midazolam te kunnen beschikken. Daar waar mogelijk moet ook gebruik worden gemaakt van lokale/topicale anesthesie en non-farmacologische technieken.
Het tekort aan vitamine D en een langdurige behandeling met corticosteroïden hebben een weerslag op de botdensiteit.
1. Dienst Pediatrie, Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola, Brussel 2. Dienst Pathologische Anatomie, CHU Brugmann, Brussel De ziekte van Kikuchi-Fujimoto (KFD) is een zeldzame, meestal zelfbeperkende aandoening. Ze komt vooral voor bij jonge vrouwen. Een belangrijk kenmerk is de aanwezigheid van pijnlijke gelokaliseerde adenopathieën (vaak cervicaal, aan één kant) die gepaard gaan met koorts en algemene ziekteverschijnselen. Over de etiologie is nog weinig bekend. De diagnose steunt op het anatoom-pathologische onderzoek van een aangetaste klier. Na enkele weken of maanden verdwijnt het volledige ziektebeeld doorgaans spontaan. In sommige gevallen kan KFD wijzen op of evolueren naar lupus. Daarom moeten de patiënten op lange termijn worden opgevolgd. Bij kinderen komt de ziekte zelden voor...
Binnen de kinderorthopedie kennen we aandoeningen die spontaan verdwijnen met de groei en waarvoor dus geen behandeling opgestart moet worden; daarnaast zijn er echter ook aandoeningen die bij het ouder worden meer uitgesproken worden en – om dit te vermijden – best op jonge leeftijd behandeld worden. Het onderscheid maken tussen ernstige en banale aandoeningen is dus cruciaal. Binnen de context van deze tekst is het niet mogelijk in te gaan op zeldzame aandoeningen, maar zal vooral het beleid van de meer frequente aangeboren en verworven aandoeningen toegelicht worden. 3. Teenafwijkingen
Een van de meest voorkomende problemen waarmee u zult worden geconfronteerd in uw praktijk is heupdysplasie. Een korte samenvatting van dit ziektebeeld wordt gegeven met de focus op vroege diagnostiek. Vervolgens zullen enkele deformiteiten van de onderste ledematen worden besproken. Het doel van dit artikel is niet om een volledig overzicht te geven van alle afwijkingen, maar om als leidraad te dienen waarmee u in veel gevallen de fysiologische deformiteit van de pathologische kunt onderscheiden.
Binnen de kinderorthopedie kennen we aandoeningen die spontaan verdwijnen met de groei en waarvoor dus geen behandeling opgestart moet worden; daarnaast zijn er echter ook aandoeningen die bij het ouder worden meer uitgesproken worden en – om dit te vermijden – best op jonge leeftijd behandeld worden. Het onderscheid maken tussen ernstige en banale aandoeningen is dus cruciaal. Binnen de context van deze tekst is het niet mogelijk in te gaan op zeldzame aandoeningen, maar zal vooral het beleid van de meer frequente aangeboren en verworven aandoeningen toegelicht worden. 2. Verworven aandoeningen van de kinder- en adolescente voet
Binnen de kinderorthopedie kennen we aandoeningen die spontaan verdwijnen met de groei en waarvoor dus geen behandeling opgestart moet worden; daarnaast zijn er echter ook aandoeningen die bij het ouder worden meer uitgesproken worden en – om dit te vermijden – best op jonge leeftijd behandeld worden. Het onderscheid maken tussen ernstige en banale aandoeningen is dus cruciaal. Binnen de context van deze tekst is het niet mogelijk in te gaan op zeldzame aandoeningen, maar zal vooral het beleid van de meer frequente aangeboren en verworven aandoeningen toegelicht worden. Eerste deel: Aangeboren voetafwijkingen
Ortho-Rheumato Vol. 23 Nr. 1
Schrijf u gratis in op onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws en nog veel meer ...