De Société Française de Rhumatologie (SFR) publiceerde samen met de Groupe de Recherche et d’Information sur les Ostéoporoses (GRIO) een artikel over voedingsadvies.
Dit artikel geeft een overzicht over botgezondheid bij transgenderpersonen tijdens hormonale behandeling. Deze drastische hormonale ommekeer heeft directe maar ook indirecte effecten op het bot, via wijziging van de lichaamssamenstelling.
Cristina Firanescu (Tilburg) en collega’s uit Nederland en Boston publiceren in BMJ de resultaten van de dubbelblinde en gerandomiseerde VERTOS IV-studie. In die studie werd onderzocht of percutane vertebroplastie resulteert in meer pijnstilling dan een sham-procedure bij patiënten met acute compressiefracturen van een wervellichaam.
Zonnecrème met beschermingsfactor 50+ aanbrengen verlaagt de aanmaak van vitamine D door de huid significant na een enkele blootstelling aan uv B-straling, ongeacht het blootgestelde lichaamsoppervlak. Dat heeft daarentegen slechts een lichte weerslag op de plasmaspiegels van 25-hydroxyvitamine D. Waarschijnlijk is vitamine D3 vooral afkomstig van een alternatieve endogene bron, als de aanmaak ervan door de huid wordt afgeremd door een zonnecrème aan te brengen.
De behandeling van osteoporose is voor de arts geslaagd als ze het fractuurrisico verlaagt. De patiënt(e) verwacht echter dat hij/zij dankzij de behandeling geen enkele fractuur zal oplopen. Het is belangrijk de beste behandeling voor te schrijven en, zo nodig, over te schakelen op een andere behandeling.
De verlengde follow-up van de FREEDOM-studie bevestigt het tolerantie- en veiligheidsprofiel dat werd gedocumenteerd tijdens de drie eerste jaar van gebruik door postmenopauzale vrouwen met een gemiddelde leeftijd van 72 jaar (60 à 90 jaar) en een hoog risico op osteoporose (23% had al een wervelfractuur gehad).
De omgekeerde relatie tussen de foetale 25-hydroxyvitamine D-spiegel en de botdichtheid tijdens de kinderjaren lijkt op het eerste gezicht verrassend.
Osteoporose is een veelvoorkomende aandoening die honderden miljoenen mensen wereldwijd treft en gekenmerkt wordt door een verlaagde botdensiteit en verhoogd fractuurrisico. Bekende niet-erfelijke risicofactoren voor primaire osteoporose zijn veroudering, hormonale veranderingen en toegenomen niveaus van oxidatieve stress...
Deze cross-sectionele studie bij 272 Vlaamse kinderen (6-12 jaar) ging na of er een associatie bestond tussen hun botmassa en botdensiteit enerzijds en hun zuivelconsumptie en activiteitspatroon anderzijds...
Bij postmenopauzale vrouwen verbetert denosumab de botdichtheid en de botremodeling meer dan zoledroninezuur.
De behandeling met lithium gaat gepaard met een afname in de nierfunctie, hypothyroïdie en hypercalcemie. Het grootste risico lopen vrouwen jonger dan 60 jaar en personen met hoger dan mediane lithiumconcentraties. Dat suggereert onderzoek dat the Lancet publiceert.
Onmiddellijke toegang tot een breed zorgprogramma voor 70-plussers met een heupfractuur heeft een beter effect op de mobiliteit van deze ouderen dan klassieke orthopedische zorg. Dat schrijven Anders Prestmo en collega’s in The Lancet. Op basis van hun resultaten schuiven ze het concept naar voren van orthogeriatrische zorg voor ouderen met een heupfractuur.
[Dienst Stomatologie en maxillofaciale chirurgie, Clin. Univ. St-Luc, UCL, Brussel] Het bijzondere aan maxillofaciale aseptische necrose is dat ze in contact staat met een septische mondholte. Meestal is de aseptische necrose dan ook geïnfecteerd. Maxillofaciale aseptische necrose wordt meestal veroorzaakt door iatrogene factoren: radiotherapie, behandeling met botresorptieremmers en angiogeneseremmers, osteotomie of tandheelkunde. In zeldzame gevallen kan ook een infectie uitmonden in aseptische necrose, vaak bij immunogecompromitteerde patiënten. Ook destructieve letsels van het midden van het gezicht kunnen leiden tot een aseptische necrose (cocaïnegebruik, ziekte van Wegener, NK-lymfoom). We beschrijven de verschillende oorzaken en leggen vooral de nadruk op de preventie ervan. Published ahead of print.
Op het jaarlijkse clinical update symposium van de Belgian Bone Club eind januari in Brussel maakte Anne Durnez (reumatologie, Clin. Univ. St-Luc, UCL, Brussel) resultaten bekend van onderzoek naar de biologische effecten van suppletie van calcium en vitamine D bij ambulante, postmenopauzale vrouwen. Biologische parameters werden twee maanden na de start van de behandeling vergeleken...
WCO-IOF-ESCEO 2015 Implicaties en uitleg door prof. Serge Ferrari (Genève).
[1. Afdeling Volksgezondheidswetenschappen, Epidemiologie en Gezondheidseconomie, ULg; 2. Eenheid ter ondersteuning van de Methodologie en Biostatistiek, ULg; 3. Eenheid voor Onderzoek van het metabolisme van de botten, het kraakbeen en de spieren, CHU de Liège, ULg; 4. Dienst Medische Chemie, CHU de Liège, ULg; 5. Dienst Motorische Wetenschappen, ULg] Naast de klassieke effecten van vitamine D op de gezondheid van de botten, zijn er steeds meer redenen om te denken dat vitamine D niet-verwaarloosbare effecten heeft op weefsels buiten het skelet, zoals de spieren. Verschillende epidemiologische onderzoeken suggereren een transversaal verband tussen een laag serumgehalte van 25-hydroxy-vitamine D (25[OH]D) en spierzwakte, zowel op het niveau van de spiermassa, als op dat van de spierkracht. Na die vaststellingen besloten meerdere onderzoeksteams om het therapeutische potentieel van vitamine D te evalueren. Ze deden dat door de effecten te meten van vitamine D-suppletie op de spierkracht, de spiermassa, maar ook op het spiervermogen...
Zelfs kleine veranderingen van de lichaamsactiviteit beïnvloeden de serumspiegels van een aantal stoffen die een belangrijke rol spelen in de botombouw. Dat concluderen Ardawi en zijn team (Saoedi-Arabië) uit een longitudinale studie die verscheen in het Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism.
Een Amerikaans onderzoeksteam ging na wat het optimale screeningsinterval is tussen twee botdensiteitsmetingen bij oudere postmenopauzale vrouwen. Het New England Journal of Medicine publiceert hun bevindingen.
De terugbetaling van geneesmiddelen tegen osteoporose in België is momenteel gebaseerd op de botdichtheid en/of een bestaande wervelfractuur. Meting van de botdichtheid is inderdaad één van de betrouwbaarste tests om het fractuurrisico te voorspellen, los van andere factoren...
Een onderzoek van het maandblad Test-Gezondheid (1) wees onlangs met een beschuldigende vinger in de richting van artsen omdat die bij bepaalde patiënten te vaak een osteodensitometrie zouden uitvoeren. Doordat de media op het onderzoek sprongen, stond de opsporing van osteoporose meteen in het midden van het debat. De gelegenheid voor de Belgian Bone Club om de aandacht van de overheid en van de publieke opinie te vestigen op de noodzaak van een pluridisciplinaire aanpak van het probleem, op de noodzaak van een herziening van de criteria voor het voorschrijven van een onderzoek en van de terugbetaling van geneesmiddelen.
Verschillende epidemiologische studies tonen een verband aan tussen vitamine D-deficiëntie en de incidentie van kanker. De actieve metaboliet van vitamine D, 1,25-dihydroxyvitamine D3 of 1,25(OH)2D3, heeft inderdaad krachtige antikankeractiviteiten, zowel in vitro- als in in vivo-diermodellen. Remming van het carcinogeneseproces onder invloed van 1,25(OH)2D3 gebeurt door de transcriptie van genen te beïnvloeden die betrokken zijn in een van de vele signaaltransductiecascades die ontregeld zijn in kankercellen. Afhankelijk van het kankertype zijn er andere signaalcascades ontregeld, waardoor 1,25(OH)2D3 dus ook kankertypeafhankelijke effecten heeft. Naast reduceren van de celgroei en induceren van apoptose, onderdrukt 1,25(OH)2D3 ook angiogenese en metastase. Modulatie van de inflammatiestatus draagt verder ook bij tot de antitumorale werking. De verschillende manieren waarop 1,25(OH)2D3 interfereert met de processen die leiden tot kanker worden in dit artikel besproken.
Ortho-Rheumato Vol. 23 Nr. 1
Schrijf u gratis in op onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws en nog veel meer ...