Osteoartritis (OA) van de handen is een frequente musculoskeletale aandoening met een hoge prevalentie in de algemene bevolking. De laatste richtlijnen van de EULAR (European League Against Rheumatism) omtrent de behandeling dateren van 2007. Het afgelopen decennium zijn er tal van nieuwe studies uitgevoerd en gepubliceerd die inzichten geven in de behandeling van OA van de hand...
Pijn en functieverlies van het kniegewricht bij ouderen hebben niet alleen een weerslag op de mobiliteit, maar hebben ook psychische gevolgen die de autonomie verder in het gedrang brengen.
Inwerken op de mitochondria na een gewrichtsfractuur zou de gevolgen van posttraumatische artrose kunnen verminderen.
Er is veel aandacht voor botremodellering in de behandeling van artrose. Voor middelen die de botresorptie remmen, meer bepaald bisfosfonaten, zijn de resultaten echter tegenstrijdig in deze indicatie en tot op heden werd in geen enkele studie gepeild naar de impact ervan op een belangrijk klinisch criterium, namelijk de behoefte aan een prothese.
De auteurs hebben het risico op een revisieoperatie, infectie en overlijden na een heup- of knieprothese bij reumatoïde artritis en bij artrose vergeleken.
De auteurs hebben de literatuur doorgenomen om de incidentie van myocardinfarct te bepalen bij 5 grote types van artritis.
De PRECISION-studie heeft de veiligheid van celecoxib, een selectieve COX2-remmer, in een dosering van 100 mg 2x/d vergeleken met die van twee klassieke NSAID’s, namelijk ibuprofen 600 mg 3x/d en naproxen 375 mg 2x/d.
28e Congrès de la Société Française de Rhumatologie, 13-15 december 2015 In 1664 schilderde Frans Hals “De Regentessen van het Oudemannenhuis te Haarlem”. Het portret, dat in het Frans Halsmuseum in Haarlem hangt, toont het standaardbeeld van artrose: een aandoening die oudere vrouwen treft en vooral gekenmerkt wordt door gewrichtsmisvormingen van de handen. Artrose is echter meer en anders dan dat, zo vertelde prof. Xavier Chevalier (AP-HP Hôpital Henri Mondor, Créteil) op het jaarlijkse congres van de Société Française de Rhumatologie tijdens een uiteenzetting in zeven hoofdstukken over de evoluties inzake artrose in 2015, met meer dan 4.000 referenties uit PubMed. Published ahead of print.
Een intra-articulaire infiltratie met 40mg methylprednisolon in de pijnlijke osteoartrotische knie voorafgaand aan oefentherapie biedt volgens recent onderzoek geen meerwaarde. Zo schrijven Marius Henriksen en collega’s althans in JAMA Internal Medicine.
Zowel hyaluronzuur als betamethason, intra-articulair toegediend, verbeteren de symptomen van knieartrose. Terwijl betamethason resulteert in een beter kortetermijneffect toont hyaluronzuur een betere doeltreffendheid op langere termijn. Dat besluit een Spaans-Mexicaans onderzoeksteam uit een prospectieve, gerandomiseerde studie die in Rheumatology gepubliceerd werd.
Er bestaan momenteel slechts 3 categorieën van pijnstillers: paracetamol, NSAID’s en opiaten. Die geneesmiddelen geven goede resultaten bij ontstekingsziekten, maar werken minder goed bij niet-inflammatoire pijn zoals bij artrose of gewone lage rugpijn. Er is dus behoefte aan nieuwe pijnstillers. Een gesprek met prof. Bernard Bannwarth (Bordeaux) over NGF-antagonisten in het kader van het jaarlijkse congres van de Société française de Rhumatologie.
Pijn op het niveau van de voeten is een frequente klacht bij personen met knieartrose. En voetpijnklachten hebben een negatieve impact op levenskwaliteit en de gezondheid, zeker wanneer het ipsilaterale voetpijnklachten betreft. Dat suggereert een publicatie in Arthritis Care & Research.
Artrose-experts en personen met deze aandoening hebben samen een lijst opgesteld met 21 kernboodschappen inzake artrose. Deze kernboodschappen zijn nuttig met het oog op patiënteducatie, zodat personen met artrose op de hoogte zijn van de belangrijkste aspecten van artrose en het management ervan. Meer hierover in Arthritis Care & Research.
Een gerandomiseerde, placebogecontroleerde, dubbelblinde studie vindt geen significant verband tussen de behandeling met sprifermine en een afname aan kraakbeenverlies in het centrale mediale femorotibiale compartiment (cMFTC). Secundaire eindpunten toonden op hun beurt wel significante dosisafhankelijke afnames van kraakbeenverlies na sprifermine-behandeling.
Artrose is de meest voorkomende gewrichtsaandoening, die wordt gekenmerkt door verlies van kraakbeenstructuur en door subchondrale botsclerose, synovitis en synoviale fibrose. Obesitas is geassocieerd met artrose van gewichtsdragende gewrichten zoals de knie en de heup. Recent werd duidelijk dat obesitas tevens een relatie heeft met handartrose. De associatie tussen obesitas en artrose wordt niet alleen verklaard door een verhoogde mechanische belasting op het gewricht, maar ook door systemische en/of metabole invloeden.
Belangrijke risicofactoren voor artrose zijn onder meer toenemende leeftijd, vrouwelijk geslacht en obesitas (Figuur 2). Tot voor kort werd aangenomen dat de associatie tussen obesitas en artrose een gevolg was van de verhoogde biomechanische belasting op gewrichten. Echter, de voorbije jaren hebben studies uitgewezen dat bijkomende pathofysiologische mechanismen deze associatie zouden moeten verklaren...
De nieuwe inzichten die werden verworven dankzij het gebruik van geavanceerdere beeldvormingsmodaliteiten met hoge resolutie zoals MRI en ultrasound, hebben een aantal discussiepunten opgeroepen.
De relatie tussen obesitas en artrose zou men kunnen verklaren door een verhoogde biomechanische belasting, maar ook door inflammatie veroorzaakt door het systemische en lokale vetweefsel. De voorbije jaren zijn nog bijkomende associaties gevonden tussen artrose en andere metabole ziektebeelden. De ziektebeelden die deel uitmaken van het metabool syndroom kunnen alle van belang zijn in het artroseproces. Daarom pleiten sommigen ervoor artrose op te nemen als ziektebeeld behorend tot het metabool syndroom .
Leefstijlcounseling door de eerstelijnszorger, met aandacht voor de gevolgen van overgewicht en het belang van zelfs een beperkt gewichtsverlies, is zinvol om op lange termijn een klinisch relevant gewichtsverlies te realiseren. Twee recente publicaties in de New England Journal of Medicine tonen dat aan.
Personen met erosieve artrose op het niveau van de handen hebben meer functieverlies en significant meer pijn dan personen met gecontroleerde artritis ter hoogte van de handgewrichten. Er is derhalve behoefte aan betere behandelopties voor personen met erosieve artrose. Dat besluit een Vlaams onderzoeksteam, onder leiding van prof. Gust Verbruggen (UGent). Arthritis & Rheumatism publiceert de resultaten.
Nu regeneratieve geneeskunde en weefsel-engineering aan belang winnen, en nieuwe behandelmodaliteiten worden ontwikkeld voor gewrichtskraakbeenletsels, is het belangrijk potentiële responders op deze behandelingen te identificeren. Een internationale groep, met onze landgenoot Frank Luyten als eerste auteur, publiceert hierover in het vakblad Knee Surgery, Sports Traumatology, Arthroscopy.
Ortho-Rheumato Vol. 23 Nr. 1
Schrijf u gratis in op onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws en nog veel meer ...